Dongshan's sterfgeval
Boeiende interactie tussen leraar en leerling, op een cruciaal moment.

Een monnik die ziek was en op sterven lag verzocht meester Dongshan hem te komen opzoeken.
De monnik zei: "Waarde abt, waarom redt u de zonen en dochters van kostwinners niet?"
De meester vroeg: "Uit welk soort huishouden kom jij dan?"
"Ik kom uit een icchantika [1] huishouden," zei de monnik.
De meester bleef stil.
De monnik vervolgde: "Wat moet een mens doen als de vier bergwanden [2] zich om hem heen sluiten?"
De meester zei: "Vroeger heeft ook déze oude monnik [Dongshan] onderdak gezocht in een huishouden."
"Gaan wij elkaar nog eens ontmoeten?" vroeg de monnik.
"Nee, we zullen elkaar niet meer ontmoeten," zei de meester.
"Zeg me waarheen ik ga," zei de monnik.
"Naar een opgeschoond veld," zei de meester.
De monnik slaakte een zucht en zei: "Zorg goed voor uzelf". Daarop overleed hij, rechtop zittend.
De meester nam zijn staf, tikte de monnik driemaal op het hoofd en zei: "Je weet hoe je moet gaan, maar je weet niet hoe je moet komen."
Bron: Powell, William F.: The record of Tung-shan.
Honolulu 1986
[1] "Niet-gelovige", iemand die niet gelooft in zelfverwerkelijking en waarheidsvinding.
[2] Volgens de Nirvana-soetra zijn dit: geboorte, ouderdom, ziekte en dood.






