Bodhisattvaschap 2

23-12-2011

Vervolg typering van de bodhisattva uit de Prajnaparamita soetra.

manjuboeddha

 

Bodhisattva Manjushri, beschermer van Dharma en bevrijder van karma.


De bodhisattva overschrijdt [transcendeert] de wereld en dit gaat ons begrip teboven.
"Hij gaat naar nirvana," maar wie kan zeggen waarheen hij ging?
Er is een vuur gedoofd, maar het is de vraag waar het heenging.
Zo is ook hij onvindbaar, die de vrede der gezegenden heeft gevonden.

Verleden, heden en toekomst van de bodhisattva moeten ons ontgaan,
want de drie tijdsdimensies raken nergens aan hem.
Volledig puur is hij, vrij van condities, onbelemmerd.
Dit is de vrucht van zijn wijsheidsoefening, de hoogste vervolmaking.

Wijze bodhisattva's die zo te werk gaan kennen de waarde van het niet-maken,
maar hoewel ze zich bewust zijn hiervan ontwikkelen zij in hun hart een groot mededogen
dat steeds gevrijwaard blijft van enig idee van bestaan.
Zo beoefenen zij overschrijdende wijsheid, de hoogste vervolmaking.

Mocht de notie van lijden en van levensvormen hen doen denken:
"Ik zal het lijden wegnemen, voor het welzijn der wereld zet ik me in,"
dan schept dit de voorstelling van bestaansvormen, van een zelf -
en daarmee schiet de beoefening van wijsheid, de hoogste vervolmaking, tekort.

In zijn wijsheid dus weet de bodhisattva dat alle leven net als hijzelf onveroorzaakt is,
hij weet dat al wat er bestaat niet anders functioneert dan hijzelf en alle andere wezens.
Het onveroorzaakte en het veroorzaakte worden niet van elkaar onderscheiden,
dit is de beoefening van wijsheid, de hoogste vervolmaking.

Alle benamingen van dingen die functioneren in de wereld moeten losgelaten worden,
alle dingen die gemaakt en veroorzaakt zijn moeten overschreden worden -
zo wint men het doodloze, het soevereine, onvergelijkbare weten.
Dit is wat er bedoeld wordt met volmaakte wijsheid.

Zet de bodhisattva zijn oefening onvermoeibaar voort,
dan staat vast dat hij vaardig in wijsheid gevestigd is.
Alle dharma's [verschijningsvormen] zijn niet langer aanwezig, van oorsprong immers zijn zij leeg.
Dit inzien is beoefenen van wijsheid, onvoorwaardelijke volmaaktheid.

 

Conze, E.: The perfection of wisdom in eight thousand lines.
Delhi 1973, p. 11-12 (vert: Ad van Dun)

 

afsluiting

 

gerelateerde trefwoorden