2009-01-04 Huiskameroverleg vervolg
Tweede deel van het huiskameroverleg van 4 januari 2009.


2008-12-07 Huiskameroverleg
Verslag van huiskameroverleg 7 december 2008 (verslag: Jean-Paul Barbou).
(Leerling:) Daarom ben ik aan Zen begonnen, om onafhankelijk van vormen te zijn.
Daar gaat het ook om: een gevoel van vrijheid.
De vormen van het proces zijn niet belangrijk.
Het gaat niet om ervaringen in het proces en consumeren van die
ervaringen maar het gaat om innerlijke kwaliteit.
Een teken van rijpheid is het je toe-eigenen van dat proces – je wordt
het proces.
Het proces en het onderricht zorgen voor transformatie.
Je vindt het niet in de wereld – het is puur innerlijk materiaal.
Voorkom een wereldse blik op innerlijkheid, het gaat om kwaliteit van
beleven: opener, échter, weg uit de geconditioneerde patronen.
Het beleven van innerlijke kwaliteit heeft altijd 2 elementen:
• wijsheid en liefde
• overgave en inzet
• kracht en verdwijnen
• mannelijk en vrouwelijk
Gevoel of beleving is heel belangrijk.
Zen heeft al snel een kale lading: "hier en nu zijn", "leegte", "niets
nodig hebben".
In andere tradities, zoals bijvoorbeeld Vedanta, is meer ruimte voor
gevoelslading, maar daar komt helderheid sneller in het gedrang.

Hoe krijg je dan kloppendheid?
Door van beide aspecten te tappen en daartussen te switchen, al naar
gelang het evenwicht dat je zoekt.
Beide zijn kleuren van verwerkelijking die samen continue aanwezig zijn.
Jijzelf bent dat - dat is wat beleving is: het vermogen open te kijken
en de betrouwbaarheid te voelen van hetgeen de bedoeling is.

2008-10-05 Huiskameroverleg
Verslag van huiskameroverleg 5 oktober 2008 (verslag: Lieke van Dun)
Ad: Ik heb geen
specifiek onderwerp voor ogen, dus misschien kunnen we er
een open
ochtend van maken.
Oefenen heeft zoveel aspecten dat je vanuit
jouw praktijk vast wel materiaal zult hebben om te
verhelderen
of verdiepen.
• Mijn zitten vindt nu plaats binnen een strak functioneel patroon van werken en familie etc., daardoor is de beleving en verbinding minder sterk.
Hoe meer we het zitten en het dagelijks leven integreren,
hoe
minder dualisme we ervaren. Innerlijk potentieel wordt
voelbaar
als achtergrond en dus wordt onze identiteit minder
bepaald door
uiteenlopende, geconditioneerde factoren.
Zolang we alle verschijnselen niet kunnen integreren in ons oefenen,
lijken alle
verschijningsvormen (uiterlijke én innerlijke) substantieel. De
signalen die zij produceren zijn zo krachtig en betoverend voor een
onbewust
iemand, dat ze het oefenen aan de kant kunnen duwen of kunnen devalueren
tot
een zoveelste conditie; spirituele oefening wordt dan ervaren als een
van de
vele persoonlijke activiteiten en vaardigheden.
Je zou het oefenen dus niet moeten beperken tot een afgebakend moment
in je dag, maar moeten zien als een grondhouding/intentie die alle
dagelijkse
bezigheden (vormen) doorstraalt.
Zitten (zazen, meditatie) is ook vorm, maar
het brengt de grondhouding op gang die je kunt doortrekken in je
dagelijks leven.
Dat schenkt aan je oefenproces een achtergrondkracht, een innerlijke
continuïteit.
• Wat bepaalt continuïteit?
Dat is een koan op zich.
Condities suggereren weliswaar continuïteit,
zij vormen immers het materiaal waaraan we persoonlijke
stabiliteit
ontlenen: relatie, lichaam, werk etc.
Maar zodra een van de condities
zijn continuïteit
verliest of zelfs wegvalt komt onze kwaliteit van leven
meteen
in een heel ander licht te staan.
Dat is niet echt continu...
• Iets wat je vaker noemt is urgentie. Dit roept enerzijds verlangen op; maar anderzijds dreigt er verzanding in doelgerichtheid.
Urgentie is in essentie een ander woord
voor het
knallende karakter van de werkelijkheid.
Met andere woorden: word wakker, want
er gebeurt zoveel en als je slaapt gaat het allemaal langs
je heen.
Urgentie heeft niks met verplichting of moraal te maken,
maar met
de levendige aard van je bestaan, met willen toekomen aan je
waardigheid.
• Wat bedoel je als je zegt: je moet bereid zijn nú te sterven?
Het gaat erom hier en nu te leren inzien en te beseffen
wat er
feitelijk gaande is: dat je als lichaam op ditzelfde
moment aan
het verdwijnen bent, dat je niet weet wat er overblijft of
waar
het naartoe gaat, kortom, dat je niet weet welke
werkelijke
kracht er gaande is…
Het leven als sterveling is een mix van grote, scheppende
krachten
die boven ons begrip uitstijgen; sterven haalt zelfs al
die scheppende
krachten onderuit. Dan moet er dus een onmetelijke kracht
mee gepaard
gaan die ons begrip helemáál
te boven gaat en waar je maar beter gezag aan kunt geven,
deel van uit kunt maken.
Leven als vorm (in het lichaam)
is als het ware stolling, een moment tussen twee staten
van gestorven
zijn (of Leegte, zoals Zen dat noemt): we komen uit
vormloosheid
en verdwijnen in vormloosheid (bewustzijn, Leegte).
Bewustzijn is onze grondsubstantie, de kracht waar we door
bewogen
worden: mentaal, emotioneel, fysiek. Blindheid is een
onbewust
en geïsoleerd
voortbewegen in je stolsels, niet gedragen door die
bronkracht.
Wat jij bent is uit zichzelf werkende, substantiële
werkelijkheid,
dat moeten we gaan zien. En om het onderzoek zo krachtig
en effectief
mogelijk aan te pakken moeten we uitgaan van de grondvraag
die
in ons hart leeft, niet van de vele afgeleide vraagjes en
motiefjes.
• Wat is de grondvraag?
Die moet je zelf zoeken, zelf voelen, er
zelf vorm aan geven.
Ieder
van ons komt via een andere weg uiteindelijk op dezelfde
diep-menselijke
grondvraag uit: de vraag naar je ware aard, de vraag 'wie
ben ik'
(of 'wat is waar').
In therapie stel je de vraag:
hoe heb ik geen last van alles, hoe vermijd ik beperking?
In spiritualiteit
stel je de vraag: hoe doe ik recht aan alles, hoe kom ik
toe aan
potentieel? Daarom zou je houding in het zitten moeten
zijn: ‘hoe
kan ik genieten van het leven, hoe doe ik recht aan alles,
hoe
belichaam ik wat er heerst?’
We moeten niet zomaar iets doen, maar helder krijgen hoe
het zit.
Niet zomaar alles loslaten bijvoorbeeld of overgave
nastreven,
maar concreter: het belang voelen van het loslaten van het
denken
- daarmee bevorder je daadwerkelijke overgave.
Om dit te kunnen zul je
eerst het motief helder moeten hebben waarom het denken je
stoort
of pijn veroorzaakt. Dán ga
je oog krijgen voor de aard van werkelijkheid, want
werkelijkheid
loopt sneller dan het denken. Kijk maar naar de oefeningen
die
we doen: het denken kan de beleving niet bijbenen.
Als je voelt dat je meer bent dan alleen bedenksel, dan
wil je
in alle openheid ruimte geven aan een ander gezag:
werkelijkheid.
Dit verlangen ontstaat heel praktisch doordat je leert
zien hoe
je ertoe neigt je leven voortdurend te bekokstoven.
Het universum, de Weg, jouw hart - de hele schepping is
betrouwbaar.
En je kunt erop vertrouwen dat wat je nú krijgt
voor jou de beste stap/situatie is en dat elke volgende
stap alleen
maar beter wordt. Zodra jij denken vervangt voor ingebed
zijn in
het geheel, isolement vervangt door eenheid, krijg je
voeling en
vertrouwen. Het is geen kwestie van durven toelaten - het
is weten
dat het leven groter is dan jij.
• Als je het hebt over transformeren wat bedoel je dan?
Die term heeft twee betekenissen die beide verwijzen
naar hetzelfde:
in de eerste plaats individuele zelfverwerkelijking en in
de tweede
plaats is het een term om te beschrijven hoe universele
werkelijkheid
werkt, namelijk als constante verandering -
en uiteindelijk geen verandering, maar eenheid
(verandering zelf
verandert niet).
Als je kijkt naar meester 'Vogelnest'
zou je eigenlijk – op
je dooie gemak – steevast de onzekerheid van een ravijn
onder
je moeten weten. Anders gezegd: je zou je ervan bewust
moeten zijn
dat er verandering gaande is, dat je elk moment kunt
sterven, dat
je wezenlijk vormloos bent.
De werkelijkheid van ons leven heeft een heel ander
karakter dan
de ervaring of indruk die wij ervan maken. Denk maar aan
het verhaal
van de aap die op een berg staat
en machtig schreeuwt hoe die van boven de berg waarop hij
staat
alles kan overzien. Boeddha vraagt hem: ‘Weet je wel
waarop
jij staat? Je staat op mijn pink’ [1].
Er is iets veel groters aan de hand, iets veel
waardevollers, krachtigers,
wonderlijkers.
Het is zaak de luchtballon van onzin leeg te laten
lopen en onze natuurlijke heiligheid serieus te nemen.
Karma loslaten en Dharma toelaten.
• Open beleving is een beleven dat niet wordt beperkt door conditionering; maar wat bepaalt de kwaliteit van onze beleving?
Niet-geconditioneerd beleven
bezit alle kleuren van
hartskwaliteit:
verbondenheid, rust, kracht, etc. Als al die
kleuren samensmelten
worden
zij wit: kleurloos
vanwege
de kernachtigheid.
Onvoorwaardelijkheid
is die kernkracht die
alles
in zich heeft en is de
garantie
voor kwaliteit van
beleving.
Stel jezelf de vraag: richt
ik me op wát ik beleef of gaat het mij eerder om hóe
hoe ik beleef?
Als het gaat om hóe je beleeft is de beleving niet afhankelijk van
vorm,
ofwel voorkeur speelt dan geen rol meer. Je zegt
bijvoorbeeld:
ik voel me goed als ik me in de natuur bevind; is dat dankzij het wát
of dankzij het hóe?
Wanneer je zegt 'vanuit het hóe', dan zou de natuur niet
bepalend hoeven te zijn, want dat is immers het wát.
Dankzij
dit onderscheid wordt jouw beleving niet langer zo
automatisch
gekoppeld aan de omstandigheden.
Wil je je beleving niet laten bepalen door de energie
die jij ontvangt van de vele belevingsvormen (natuur
bijv., maar
ook angsten etc.), dan ga je het omdraaien en word jij in
plaats
van een ontvangende factor een gevende kracht. Je bent dan
geen
belever van vormen meer, maar een belever van
bewustzijnskracht:
je laat het licht van bewustzijn vallen op alles.
Ben je je hele leven in het voorgrondverhaal bezig, dan
bepalen
vormen jouw identiteit en is het een stug verhaal: je
streeft
ernaar de juiste vonken te verzamelen uit de permanente
vormenregen
die bewustzijn aanlevert. Maar blijf je bij het vuur zélf,
dan word je door het vuur zélf
gevoed en kun je veel meer vormen aannemen. Dan wordt
het een flexibel verhaal, je kunt wendbaarder omgaan met
vormen.
Je wordt van een schepsel een schepper. Het is het
verschil tussen
zelf bewegen en bewogen worden: het universum schenkt
verschijnselen,
daarna treedt het ego op en gaat ermee aan de haal. Als je
dat
ziet kun je vóór het ego
blijven, vóór het denken, zelfs vóór beleving...
Als praktisch
hulpmiddel in je oefenen: weten dat je vervangbaar bent en
nauwelijks
gezien wordt, helpt ons om de onrustige, gretige
uitwaaiering van
het kleine, illusoire gezag te voorkomen; het ego heeft
dan geen
context meer om in te werken.
Het is al veel waard als je anderen niet onnodig lastig valt
met je capriolen en akefietjes.
• Dat vind ik een lastig punt: enerzijds bewust terughoudendheid betrachten en anderzijds me eerlijk tonen zoals ik ben - dat bijt elkaar voor mijn gevoel.
Nee, het zijn twee onderscheiden aspecten van ons oefenen
die
beide tegelijkertijd opereren en alle vrijheid moeten
krijgen.
Maar
omdat zij tegengesteld verlopen, lijken zij elkaar
in het midden te ontmoeten en te botsen.
Laat ze langs elkaar door werken.
• De eerlijkheid van zazen maakt onze neigingen duidelijk.
Zazen legt ons volledig bloot.
Het
maakt
niet uit
welke
vorm de
neiging
aanneemt,
m.a.w.
het doet er niet toe
hoe jouw
karma eruit ziet.
Maar het
doet er wel degelijk toe dat
je gewaarwordt wanneer
neigingen
en belangen opspelen
en dat
je die signalen
serieus neemt.
Iedere keer als je
denkt dat
het er niet toe doet
(dus als
je argumenteert en excuseert en oordeelt) vertraag je je
eigen
bevrijding.
Heldere oprechtheid is dus heel belangrijk.
• Je zou je kunnen afvragen, om de intentie een definititef karakater te geven: hoe ga ik de rest van mijn leven besteden?
Gaat dat vanzelf of is dat een actief proces?
Wat je nu denkt bepaalt
wat je dadelijk wordt. Zorg dat je jezelf niet langer
object hoeft
te maken - wissel van het verschijnselenspoor naar het
belevingsspoor.
Je kunt ‘kiezen’ om illusie te blijven koesteren en
jezelf voor de gek te blijven houden, maar zodra je uit
dat hokje
komt word je betrokken bij bewustwording en gevoel/emotie,
etc.
Dit is een rijk proces dat jou uitnodigt om elk moment
werk te
maken van jezelf.
Vraag jezelf eens af of je toekomt aan vervulling,
aan het volledige potentieel van leven dat jij belichaamt:
vreugde,
rust, openheid, diepgang, vreugde.... Zo niet dan weet je
dat ‘ik’ nog
in de weg staat. Als er argumenten opspelen om vreugde en
vervulling
niet helemaal te hóeven beleven, weet je dat dit een
teken is van de ‘ik’-ziekte.
• Hoe ga je om met de neiging om je anders voor te doen dan je bent?
Dit speelt in ieder ego.
Ga het voor jezelf eens eerlijk na.
Zolang
alles verdekt blijft (eigenwijsheid, kwetsbaarheid,
vrijheid nemen,
geen vragen stellen etc.) groei je niet.
Ieder moet zelf zijn
eigen remedie vinden om de geslotenheid van zijn hart op
te heffen.
Als je het dicht houdt, stel je de constructie voorop, in
plaats
van het organisch verloop van het leven toe te laten. In
extreme
gevallen corrumpeer je jezelf dan volledig, tot en met
mooi weer
spelen met spiritualiteit, liefde, echtheid etc.
Als je dat ziet dan zul je een draai moeten gaan maken
naar eerlijk
worden. Dat kan kwetsbaar en moeilijk voelen. Hoe meer je
verborgen
hield, hoe meer je moet overbruggen, en hoe groter het
contrast
voelt. Je zult bereid moeten zijn je diepste trucs te
laten zien
en je kaarten op tafel te leggen.
Iedereen heeft weleens momenten gehad waarin je sterk en
duidelijk
voelde: ‘dit
moet gewoon gebeuren’. Dit soort materiaal waarover we
vandaag praten nodigt
uit tot dit gevoel van ‘dit moet gebeuren’, om jezelf
te openen.
• Afsluitend
Probeer
jezelf
eens
voor
te stellen waar de
eindstaat
van dit verhaal voor jou toe leidt, als je in
je volle
potentie draait.
Ieder heeft natuurlijk zijn eigen kleur, maar
dat het vol zal voelen, is zeker.
Sta toe dat die voltooide
kwaliteit van leven je wekt. In het zitten kun je toelaten
dat alle hartskwaliteiten in je heersen.
Misschien zeg je nu: ‘is dat niet projectie of
toekomstmuziek?’ -
dat boeit niet, doe het toch maar...
In de volheid van het licht lossen echte beoefenaars alle
resterende
beperking op. De schellen vallen van de ogen omdat
hartsbewustzijn
al in je heerst en zich van binnen naar buiten openbaart.
Oriënteer
je vanuit kloppendheid; in de woorden van Suzuki roshi:
'oefenen
is expressie van boeddhaschap'
[1] "After causing much trouble among various
earthly and divine powers, the Monkey King was reported to
the
heavenly court. He was summoned to heaven, where the Jade
Emperor
(the ruler of heaven) tried to buy his complacency by
giving him
a post as a guard in the heavenly stables. This infuriated
the
Monkey King, who returned to earth and proclaimed himself
"Great
Sage, Equal to Heaven." Waves
of divine armies were sent to subdue the Great Sage, but
all failed.
He returned to heaven and continued to cause havoc. Buddha
himself
was alerted to the problem of the monkey, and came to
capture the
beast. He offered Monkey King a challenge -- if the Monkey
King
could leap out of Buddha's reach, he would be left alone
to rule
heaven. Monkey King sneered at this challenge, thinking it
a joke,
and leaped to the edge of the universe, where he scratched
his
name and urinated on a row of five pillars. He then
returned to
Buddha and boasted of his feat. When Buddha held up his
hand and
revealed Monkey King's name written on his (the Buddha's)
finger,
the monkey knew he had been beaten. Monkey King was
imprisoned
for five hundred years, until he was released by Guan Yin
(Kannon
Bosatsu, bodhisattva Avalokiteshvara) to aid a Buddhist
monk named
Xuan Zang on his quest to India to obtain religious
scriptures."
Bron: http://www.antiki.com/monkeykingstory.htm

2008-11-02 Huiskameroverleg
Verslag van huiskameroverleg 2 november 2008 (verslag: Lieke van Dun)
Ad: Het huiskameroverleg heeft voor mijn gevoel altijd een heel
eigen karakter, in deze huiselijke en serene plek (landelijk), en op
dit rustige tijdstip (zondagochtend).
Ook qua proces: een fijne combinatie van diepgang en lichtheid, als
badinerende boeddha's ;-)
Dus voel je vrij om te berde te brengen wat je wilt: eigen inhoudelijke
processen, vragen over de Weg, aspecten van de organisatorische
vormgeving - wat je wilt.
• Ben momenteel aan het lezen in het Tibetaans
Dodenboek.
In het Tibetaans Boeddhisme is er veel aandacht voor
stervensprocessen en inzicht in reïncarnatie bijvoorbeeld.
Hoe gaat Zen hiermee om?
In algemene zin zou je misschien kunnen zeggen dat Zen de
stervenden meer loslaat en hen zoveel mogelijk ziet vanuit het
dharmische aspect.
In de Tibetaans traditie is er meer ruimte om stervenden
te begeleiden en te ondersteunen vanuit de karmische aspecten, met
behulp van energetische oefeningen (klank, visualisatie, mantra,
verbinding met leraar etc.).
Dat neemt niet weg dat er ook binnen Zen alle mogelijkheden zijn om vorm te geven aan deze belangrijke overgang; zo investeren veel centra in het opzetten van hospices bijvoorbeeld.
Praktisch gezien is het raadzaam je eigen sterfelijkheid
zo snel mogelijk in je oefenproces mee te nemen.
Het bewust worden van sterfelijkheid en de kracht ervan is
heel belangrijk voor je bewustwordingsproces, het zet alle condities in
een ander, definitiever en wetmatiger licht: je leert ze daardoor te
transcenderen (overstijgen), d.w.z. je haalt je eigen bestaan uit de
context van persoonlijke belangen.
De Prajna paramitra soetra's belichten dit
transcendentieproces: het doorzien van de conditioneringen van
zintuiglijkheid en het uiteindelijke overstijgen van vormen.
Deze grotere, wijze visie behelst het bevrijden van jezelf
en van anderen door ze in een ander licht te gaan zien in plaats van
bevangen te blijven door een kleine, beperkte visie die afgaat op
momentane vormen en verschijnselen met de daarbij behorende momentane
voorkeuren en afkeuren.
Je moet als beoefenaar beide aspecten van het leven recht kunnen doen:
- niet alleen vrij van vormen kunnen opereren
- maar ook vormen tot leven kunnen brengen vanuit die vrijheid
Bodhisattva’s worden krijgers genoemd vanwege de moed die
nodig is om de strijd van dat bevrijdingsproces aan te gaan.
Dat vraagt grootmoedigheid, kracht, toewijding, geduld,
oefening (meditatie) en wijsheid: de 6 paramita's (oefenkwaliteiten)
die een bodhisattva hanteert.
Dit proces kan pas echt op zijn waarde geschat worden
als je de werkelijke completering ervan serieus neemt, dus de
voltooiing van jezelf (zelfverwerkelijking) volledig durft aan te gaan.
Beter gezegd: in de mate waarin we definitieve voltooiing
begrijpen als onlosmakelijk aspect van zelfonderzoek, voel je pas de
volle lading en potentie van bezig zijn met de Weg.
Dat vraagt een volledig gezag geven aan innerlijkheid en
volledig aangaan van de Weg, iets wat in groot contrast staat met ons
geconditioneerde zoeken naar instant vervulling.

Het ego van kleine vervulling staat of valt met dualisme
(voorwaardelijkheid, opportunisme): zolang je opereert vanuit dualisme
kan het ego altijd bepalen waar het naartoe switcht.
Maar zodra onvoorwaardelijkheid jouw basis wordt stopt
het switchen, want dan is er maar één pool vanwaaruit je je laat
bewegen.
Het is onmogelijk een stukje liefdevol (of vrij, of echt)
te zijn - zolang je dat nog voelt weet je dat er belangen, neigingen,
behoeften in het spel zijn en dan opereer je dus vanuit dualisme.
• Ik merk dat ik nog steeds een doel voor ogen blijf houden.
Het is een misverstand dat er bij Zen geen doel zou
mogen zijn.
Dat komt voort uit een verkeerd begrip van de
onderrichtingen, zoals "Niet streven naar resultaat", "Alles is
Leegte", "Er is geen ik".
Er zijn twee soorten doelen of verlangens: heilzame en
heilloze.
Het enige legitieme doel is de reële bedoeling om gelukkig
te zijn, vrij te zijn, waarachtig te leven.
Oneigenlijke doelen zijn ego-doelen: door condities
gegenereerde, onvervulbare, illusoire doelen.
Dus als je merkt dat je doelen stelt, ga dan na:
- zijn het "voorwaartse toekomst-doelen" (afdwalen van je kern)
- of zijn het "achterwaartse herkomst-doelen" (terug naar je bron)
Hoe meer je thuiskomt, hoe sterker je je
hartskwaliteiten, ofwel "de bedoeling van de dingen", gaat voelen.
Het vraagt de nodige moed om dit te integreren in
omstandigheden.
Dat ontvouwen gebeurt eerst heel natuurlijk in de
verstilde oefening van za-zen; gaandeweg krijg je steeds meer het
vermogen om dit ook in je handelen te hanteren ("moet ik nu de
innerlijke bedoeling volgen of de fragiele situatie van omstandigheden
honoreren?").
De kunst van het beoefenaarschap is om dát wat zich
aandient recht te doen.
Je laat je in je totaliteit bewegen over de precieze
richel van het Leven, tussen de steile afgronden van Leegte en vorm,
tussen binnen en buiten.
Gaat de richel linksom dan ga jij ook linksom, gaat hij
rechtsom dan ga je rechtsom.
Wie niet werkt vanuit de totaliteit maar opereert op grond van condities, die zal noodgedwongen steeds opnieuw de bocht blijven missen…
Door toewijding aan de Weg word je een dharmavat en dat
maakt je tot een steeds ruimer en vrijer en lichter veld op die richel
(uiteindelijk belichamen we in onze wezenlijke vormloosheid zowel richel
als afgrond).
Dat gaat vanzelf, want bewustwording is groter dan
jijzelf.
Dat geeft je steeds meer de rust om je te láten bewegen.
Elke expressie wordt dan echt en krachtig, vanuit een liefdevolle
innerlijke intentie.
Het oefenen wordt ook wel beschreven als geslepen
worden, net als een diamant die ook geslepen moet worden voordat hij
gaat stralen.
En je weet nooit wanneer je begint te stralen tijdens het
slijpproces…
Je oefenintentie luidt: "Hoe zorg ik ervoor dat het oefenen zo natuurlijk mogelijk wordt - zijdezacht qua vorm en krachtig als een diamant qua innerlijkheid?"
De omstandigheden doen er hierbij in eerste instantie
helemaal niet toe.
Het is al winst als je je thuis voelt in jezelf en dat het
je dierbaar is dat je hart zich opent. Dat staat helemaal los van
omstandigheden of je omgeving of anderen.
Dan kan jouw innerlijke kwaliteit elk moment heel
natuurlijk getoetst worden door de dagelijks wisselende condities.
Dit hele oefenproces gaat feitelijk over de kwaliteit
van jouw "beleving" - dat is de stabiele factor.
Hoe meer je dit vanuit je hart gaat ervaren, hoe meer je
dat ook kunt delen met gelijkgestemden.
Er vindt gaandeweg een verschuiving plaats van de veelheid
van de wereld naar de intimiteit van innerlijkheid.
Beide "werelden" kennen hun beleving:
- in de wereldse beleving is er zintuiglijke communicatie
- in de innerlijke beleving is er hartscommunicatie
Hoe meer je thuis bent in die beleving, hoe meer je als bodhisattva communiceert op hartsniveau.
Innerlijke kwaliteit trekt ons: wat goed voelt boeit ons
- dat is een wet.
We verwelkomen wat ons beter maakt, we voelen ons
uitgenodigd door stimulerende perspectieven, we smelten in liefde...
Als je op die subtiele, tijdloze wetmatigheid gaat
koersen, dan is dat een betrouwbare route naar huis.
Dit vraagt natuurlijk wel de concrete bereidheid om te
voelen hoe je op dit moment niét volledig gelukkig bent en dat er gemis,
afhankelijkheid, onrust etc. aanwezig zijn.
Als dat inderdaad zo is dan zul je dit vrijmoedig moeten
erkennen, aangaan en oplossen, wil je jezelf vrij maken.
Dát zorgt voor de feitelijke bewustwording.
Ieder mens is van nature met dit bevrijdingsproces bezig
op hartsniveau: we dragen allemaal die onvoorwaardelijke kern van
hartskwaliteit in ons en voelen daarom allemaal het verlangen naar
geluk, naar vervulling.
Dat is de grondtoon die ons dag in dag uit beweegt, onder
alle drukte en door alle moeite heen.
Oefentradities (zoals bijvoorbeeld Zen) zijn enkel een
stramien, een kanaal om dit proces te gaan laten stromen.
Zonder zo'n bedding vindt jouw bezieling geen richting,
geen vorm, geen kracht.
Dus maak goed gebruik van alle oefenmogelijkheden - je
weet niet hoe lang je nu nog te leven hebt!
• Er lijkt nu meer maatschappelijke onrust en gespetter om ons heen dan vroeger, wat het proces moeilijk maakt.
Nee, dat maakt het juist makkelijker, want je doorziet de
onzin daardoor sneller.
De openbaarheid en veelheid van processen maakt het ook
kunstmatig en vluchtig en vraagt steeds dwingender om visie.
Hierin kun je twee stromen onderscheiden:
- mensen die inzien dat dit divergeren bewustwording nodig heeft
- mensen die met de gekte meegaan en zichzelf erin verliezen
Naarmate alles verleidelijker of complexer wordt vraagt
het meer van jouw standvastigheid.
En om standvastig te kunnen zijn moet je eerst de aard van
jouw lijden/vervormingen kunnen doorzien.
Mijn advies: maak onderscheid tussen karmische condities en
Dharma-potentieel.
Jouw karma kan positief en negatief zijn, maar leuk of
niet leuk: het blijft karma, conditionering.
Dus kijk niet naar fijnere of ergere setjes
conditionering, maar houd het bij jezelf en focus je op het doorsnijden
van de egowortel.
En dat kan het snelst wanneer je vertrouwt op en gebruik
maakt van Dharma-gezag, d.w.z. wanneer je je oriënteert vanuit de
tijdloze Dharma, in plaats van bezig blijven met je tijdgebonden karma
bestrijden.
De bedoeling is dat jullie stuk voor stuk groeien en
kracht vinden en dat je vrij gaat knetteren hierin.
Het proces moet open en licht gaan verlopen, niet langer
bezwaard.
Het simpele feit alleen al dat je bezig bent met bevrijding
zou verblijdend moeten zijn en sterker dan de bedruktheid van het
vastzitten.
Als je kijkt naar mieren of bijen die onafwendbaar met
hun taak bezig zijn moet je er ook niet aan denken dat ze zich bewust
worden van hun zwoegen. Dan zouden ze onmiddellijk het bijltje erbij
neerleggen.
Ze doen het gewoon, bewogen door het licht van bevrijding.
"Ik/egoïsme" helpt ons in dit proces van bevrijding.
"Ik" is werkmateriaal, want je hebt lijden nodig om bevrijd
te kunnen worden.
Bewustzijn over hoe het niét moet schenkt ons inzicht over
hoe het wél kan.
Overleg, onderricht en oefening helpen ons om tot dit
inzicht te komen.
In de praktijk is dat helemaal niet zo moeilijk: als je
vastloopt in processen kun je elk moment terug naar je hart.
Je kunt elk moment voelen en beseffen dat jouw bestaan een
zinvol bevrijdingsverhaal is, en dat elk moment van bewustworden een
verder ontvlammen is van vreugdevol ontwaken.
Trek je eens helemaal terug in jezelf (ofwel: neem het juiste vertrekpunt weer in) en voel dat je helemaal niet afhankelijk bent van externe factoren voor je vervulling.
Vanuit die rust kun je efficiënt werk maken van je leven
- om te beginnen kleinschalig, bescheiden, tastbaar.
Een tuintje van één vierkante meter (innerlijkheid als
focuspunt) is sneller vruchtbaar te maken dan een grote akker vol
stenen en andere obstakels (wereld als focuspunt).
Maar let op: voel ook eerlijk na, als je zo in je eentje je eigen tuintje wiedt, of je die van oudsher zo gewaardeerde wereld-akker wel kunt en wilt loslaten, of dat je misschien verslaafd bent aan het ploegen en ook nog anderen lastig valt met het tentoonspreiden van je oogst - terwijl jouw mond zegt dat anderen jóu lastig vallen.
Een goed criterium om na te gaan of je daarin goed staat
is of je écht zoekt naar verandering of dat je ernaar neigt argumenten
te zoeken richting onvermogen (als excuus om niet te veranderen).
Wil je betrouwbaar beginnen, kijk dan hoe je alles zo snel
mogelijk kunt terugbrengen naar jóuw vierkante meter.
Zoek rust en vind de basis waarin afhankelijkheid en
oneigenlijkheid niet meer bepalend zijn, concreter: waar condities
doorstraald worden door onvoorwaardelijkheid..
Er is geen enkel argument waarom je je volheid niet zou
kunnen innemen.
Die volheid zit in je hart en vandaaruit kun je áltijd
vertrekken.
Je hebt voldoende aan je kussentje.
Daarmee wordt oefenen meteen ook een levendig en compleet
verhaal waarin je geen resultaten meer hoeft te boeken, want je bent
steeds binnen de volheid van je hart aan het opereren.
• Mijn eerste reactie is dat er toch ook brood op de plank moet komen.
Is toch geen probleem, je hoeft alleen maar een job te
hebben - en anders zijn er ook nog allerlei voorzieningen.
Maar ja, we vinden dat brood zoveel interessanter dan het
hart, daarom stellen we zoveel eisen aan dat brood:
- "alleen met die mensen"
- "alleen in dát huis"
- "met dat doel" etc.
Op grond van zulke gecreëerde condities ervaar je wellicht steeds opnieuw diverse shotjes vervulling (of pijn, als het tegenzit), maar je bent nog steeds niet vrij.
Je maakt je helemaal afhankelijk, want als die condities
wegvallen ben je weer terug bij het basisprobleem en de grondmoeite:
jouw existentiële, onopgeloste materiaal.
Dus is het zaak om de juiste intentie definitief te
vestigen.
Het gaat alleen maar om kwaliteit van beleving.
Beleving op hartsniveau ontmoedigt beleving op denkniveau:
voelen (waarachtig invoelen, voeling hebben) is waardevoller dan het
vluchtige en wisselvallige denken.
Vaak zijn mensen bang dat het een doods verhaal wordt
als ze het denken meer loslaten, maar niets is minder waar.
Het mooie is: wanneer je echtheid en diepte toevoegt aan
zintuiglijke waarnemingen en gedachten, dan wordt het veel helderder
en zuiverder - in plaats van een "in de ban zijn van".
Dus de verschijnselen blijven, maar je beleeft dieper en
doet meer recht aan de verschijnselen.
Sta jezelf toe jouw beleving steevast te laten
plaatsvinden vanuit compleetheid en volheid.
Dat helpt je om juiste beleving laten heersen.
Natuurlijk moet je hieraan wennen aan "verlichting", want
je bent gewend te denken vanuit gebrekkigheid en conditionering, maar
weet dat je op deze manier structureel werk maakt van gelukkig zijn.
Luister, dit verhaal komt niet zomaar uit de lucht
vallen, de schepping heeft bepaalde wetmatigheden.
En één ervan luidt: leven stroomt van binnen naar buiten,
bewustzijn werkt van binnen uit.
Oefenen en overleg herinnert ons aan leven van
binnen uit.
Leven van binnen uit is de sleutel tot bevrijding - want
als je vanuit innerlijkheid wilt opereren en dat gaat beoefenen: waar
begin je dan, welk punt is dat, welke vorm heeft "binnen"?
Meer dan deze koan heb je niet nodig: als dat jouw centrale uitgangspunt is, zal het je thuisbrengen.
• Ik merk nu veel veranderingen, maar het lijkt alsof "ik" er weer door gevoed word.
Dat is een normale fase in je
ontwikkeling, nodig ook om te zien hoe enorm sterk het "ik" is.
Je ziet jezelf bezig en je voelt jezelf erin verliezen.
Dat is het normale verloop van het ik-proces:
uiteindelijk stagneer je daarin, doordat de energie ervan opraakt of
omdat je je ervan bewust wordt hoe oneigenlijk het is.
Dan is het zaak om eerlijk en moedig te zijn en
achterwaarts terug te zakken in de branding van de schepping, in de
waarheid van je hart.
Maar we hebben het nu weer over karma bestrijden.
Het is beter om zo snel mogelijk te kantelen naar zicht
krijgen op de volheid van ons hart: de werkelijkheidsbries van de
Dharma die ons wakker streelt...
Aandacht aan karma geven betekent immers bestrijden in plaats van bevorderen, is negatief in plaats van positief - en dus alweer teveel eer voor het ego, teveel suggestie dat de illusies van ego en karma daadwerkelijk bestaan.
Je hoeft maar te weten dat je in een gevangenis zit, dat
is genoeg: dan kun je gaan werken met de sleutel!
Het heeft geen zin ook nog eens schilderijen van je
gevangenis te gaan maken en ze uitvoerig te gaan uitstallen!
Werk voor je bevrijding vanuit de éne, diep-menselijke
grondbedoeling: je goed voelen (echtheid, vreugde, rust etc.) dankzij
het realiseren van je ware aard - en je weet dat dit iets heel anders is
dan "je prettig voelen".
In het Boeddhisme noemen we dit "bodhicitta":
besef van en verlangen naar (citta) verwerkelijking (bodhi)
- waarheidsliefde.
Dit is wat je intuïtief je leven lang al voelt in je hart,
waarom zou je dan met minder genoegen nemen?
Wie hoge, onvoorwaardelijke kwaliteitseisen durft te
stellen heeft een heel krachtig instrument in handen om te signaleren
wanneer de dingen niet kloppen: dan gaan er al vlug allerlei belletjes
in jezelf rinkelen.
Dat gebeurt helemaal vanzelf, dat is iets heel
natuurlijks: je voelt het vanzelf.
Maar als je je neerlegt bij "soms kloppend, soms niet", dan
zal er van je leven nooit een belletje gaan rinkelen!
Dus ga in jouw bewandelen van de Weg het verschil zien tussen:
- veranderlijk proces-gevoel
- duurzaam intentie-gevoel
Ga werken vanuit de definitieve intentie
om te verruimen wat klopt, te verfijnen wat klopt, te verdiepen wat
klopt.
Diezelfde intentie wordt elke keer als een expressie
bekrachtigd wanneer je hier en nu loslaat wat niet klopt.
Daarmee voldoe je aan je opdracht als mens: het Hart openen en je menselijk potentieel laten stromen!

2008-09-07 Huiskameroverleg
Verslag van huiskameroverleg 7 september 2008 (verslag: Lieke van Dun)

• Hoe kan ik onderscheid maken tussen zitten en optreden (persoonlijk bezig zijn), dus tussen gewaarzijn en denken, waken en dromen?
Persoonlijk bezig zijn is waar we vandaan komen. Je kunt
niet meer geven dan je bezit of verder kijken dan je blik kan reiken.
Varkens zien varkens, boeddha’s zien boeddha’s, angst ziet angst,
kleinheid ziet kleinheid.
Zicht op het proces (visie) is hierbij het vertrekpunt.
Ten aanzien van het oefenen is het verstandig een portie
eigenheid/beperking in te bouwen op weg naar doorgroeien zonder
hindernis.
• Met het inbouwen van deze portie beperking loop je aan tegen de vraag: hoe oefen je goed?
Dat is afhankelijk van ieders individuele proces. Je
begint
langzaam-aan procesgericht met een fluctuerend karakter en
gaat
een toenemende urgentie voelen, waarbij het fluctuerende
karakter
meer gestabiliseerd wordt.
Deze toenemende urgentie maakt dat het proces een
onvoorwaardelijk karakter krijgt, waarbij er een verschuiving
plaatsvindt van dualistisch aanwezig zijn naar een in het moment
aanwezig zijn vanuit de volheid van innerlijkheid (je ware aard).
In feite sta je voor de keuze: kies ik voor
vrijblijvendheid of voor onvoorwaardelijkheid.
Vrijblijvendheid: ik blijft de kapitein met zijn kleine
gezag. Hier wordt karma bestreden.
Onvoorwaardelijkheid: kiezen voor kwaliteit van leven en
het grote gezag (Dharma) toelaten.
Kiezen voor onvoorwaardelijkheid betekent ruimte geven aan
een zich onvoorwaardelijk ontvouwend expressieproces, terwijl het
kleine ik hier en daar op plopt. Dit leren zien en het kleine ik dimmen
is het dresseren van de apengeest.
• Ik heb lang karma bestreden en krijg nu langzaam het gevoel dat Dharma aanwezig is. Dit voelt anders.
Het bestrijden van karma kan tot kunst verheven worden.
Je focust dan op dat wat niet klopt. Dit op zich is al krachtig.
Het gaan navoelen en naleven van wat wel klopt is nog véél
krachtiger. Dit is echter moeilijker omdat je jezelf niet aan de haren
uit het moeras kunt trekken. Dat onderstreept het belang van oefening
(helder worden) en persoonlijk overleg (spiegelt blindheid).
Het enig probleem zijn wij zelf.
Het beginadvies is vooral: leer rustiger doen en tevreden
te zijn, enkel doen wat nodig is, wakker, bescheiden en voorzichtig.
Door te dimmen word je edel, door te schaven ga je
schijnen, door te werken leer je ontspannen…
Als je nog denkt dat er buiten iets te vinden is dat je
onvoorwaardelijk/volledig kan vervullen onderzoek dat dan als een
serieuze gelukschenkende optie voor jezelf. Dan zie je het snelste dat
condities (illusies) je hart niet zullen vervullen.
Zodra je die taak op je neemt om dat zelf uit te zoeken,
geeft
je dat op zichzelf al rust. Jezelf leren kennen is
weliswaar moeilijk,
maar het klópt wel – en dat is rustgevend. In feite
praten we hier over het serieus nemen (werk maken) van de
oudste
en meest essentiële
vraag: ‘wie ben ik?’.
• Waarom de focus op het kleine (individuele) bewustzijn? Is het niet beter om in eenheid te zijn met het Grote bewustzijn?
Eerst moet je bij jezelf goed navoelen of er een klein,
apart bewustzijn is ("ik-gevoel") binnen jouw persoon of dat er één
groot bewustzijn is.
Als je concludeert dat er één groot bewustzijn is, is er
werk aan de winkel: alles ben jijzelf! Dan is op slag alle onrust en
zoeken etc. verdwenen, en er heerst open betrokkenheid, dienstbaarheid.
Als je het wel weet maar ernaast blijft fietsen, wordt het
pijnlijk. Vaak vervloeken mensen hun weten (hun intuïtieve
waarheidsbesef of hun concrete commitment met oefenen) en zouden ze
liever onwetend willen zijn. Weet dan dat pijn (besef van lijden) het
begin is van oplossing.
• Je zei ooit ‘en dan laat je het leven zijn gang gaan’. Deze uitspraak riep een sterk verlangen op.
Ja, het leven zijn gang laten gaan betekent gezag geven aan beleving in plaats van gezag geven aan doelen. Beleving is interessanter dan de doelen die je eraan koppelt. Doelen verengen de beleving, je raakt cerebraal gefixeerd.
• Als je een doel stelt ben je gefixeerd, maar kun je wel richting bepalen?
‘Hoe bepaal je de juiste richting?’ - dat is een koan op
zich.
Waar richt je je naar?
Probeer het proces te voelen; wat is richting zoeken, hoe
doe je jouw zoeken goed recht?
• Is het niet uiteindelijk een kwestie van gewoon gaan zitten?
Nee, alles hangt af van een goede aanpak: navoelen,
richtingloosheid ervaren, visie ontwikkelen en oefenen.
Het is een compleet verhaal, niet enkel een doodse
onthechtingsoefening.
Zitten/oefenen is niet-denken (Leegte), en voeling/visie
is de speelsere, meer dynamische kant van bewustzijn (vorm) rechtdoen.
Deze twee pijlers – visie en praktijk, vorm en leegte - maken dat je
het verschil kunt gaan hanteren tussen denken en bewustzijn.
• Heb je richting nodig en zo ja, hoe beantwoord ik dat goed?
Je start met zoeken omdat je bent vastgelopen. Je hebt
richting nodig bij het vertrekpunt om uit dat lijden te geraken. Dharma
heeft geen richting nodig. Vergelijk het met vakantie en verdwalen.
Wanneer je op vakantie bent heb je geen richting nodig, maar wanneer je
verdwaald bent heb je wel richting nodig.
Maar waarop moet je je richten als je je bevindt in een
apenkooi?
Als je richting zoekt, begin dan eens met het toelaten van de
mogelijkheid dat je gericht wordt!
Je weet toch hoe het voelt als je van binnenuit verticaal wordt
"opgericht" op momenten dat jou weer moed wordt geschonken
(of kracht, perpsectief, vertrouwen etc.) terwijl je je voorheen
zo bedrukt voelde...
Vervang doelgerichtheid (voorwaarts fluctuerend,
extrinsiek) voor navoelen van de bedoeling (achterwaarts leunend,
intrinsiek).
Ga op zoek naar de richtinggevende factor.
Wat beweegt je als je alle condities wegschakelt? Dan
zal er weinig overblijven als je volgt wat écht de bedoeling is. En dat
is prima, beter dan zomaar wat doen. Als alle conditioneringen
stilvallen ontstaat er ruimte voor intrinsiek bewogen worden.
Gebruik hiervoor de grote condities ('de grote jongens'): de
ander, de tijd, het lichaam.
En een ander krachtig hulpmiddel: bedenk dat niemand jou
echt ziet (ieder is voornamelijk met zichzelf bezig), dus feitelijk word
je niet echt gezien.
Hoe voelt het om dit besef daadwerkelijk toe te laten - om
niet langer te opereren met een tweede hoofd onder je arm?
We hebben nu vooral het ego aan de kaak gesteld, de karma-kant. Dat is goed, maar het is belangrijker nog om zicht te krijgen op de Dharma: de tocht van kinderlijke kleinheid (kleine wereld van papa, mama en kinderlijke behoeftes) naar de natuurlijke grootsheid van innerlijkheid via de weg van bewustwording. Het mooie van de Weg is de eindeloos ruimtelijke en steeds verfijndere ontvouwing van werkelijkheid.
Je bent méér dan het ‘ik’ verhaal. Het rijpen van het ‘ik’ is slechts een fase van het menselijk bestaan. We hebben immers vorm nodig om bewust te kunnen worden, ofwel geboorte om niet meer geboren te hoeven worden. Er is niet veel voor nodig om achter het ‘ik’ te rusten. Het is geen verlichtingsverhaal. Het is meer een kwestie van minder ruimte geven aan het ‘ik’ en alle daarbij behorende onzin.
Eén elementje kloppendheid (vlam) is veel meer waard dan
massa’s onzin (fata morgana's).
Zoek dus naar je eigen element: jouw elementaire waarheid.
Het gaat niet om de vorm van het vuur (smeult het, brandt
het zacht of hard?), maar om het besef dat je eeuwig brandend, niet
aangestoken, vuur bént en dat al het andere ook dat vuur is.
Dit besef maakt dat je eerder geneigd bent om aan het vuur
'te vragen' wat het wil, in plaats van zelf te bewegen. Dan krijgt
alle functioneren een echtheidsgraad die het eerst niet had.
Kun je navoelen hoe rigoureus mensen als Jezus en
Boeddha hun verbinding met waarheid beleefden? Jezus heeft nooit gezegd
‘ja, maar…’.
Er heerst dan geen dualisme, alleen maar waarheid: het is
ja of nee.
Als dat je intentie is en je gaat vandaaruit zitten dan
ontvouwt het zich vanzelf. Het ‘proces’ gaat ten diepste vanzelf, maar
heeft jouw intentie nodig (illusie bestrijden, waarheid toelaten).
De aard van het proces vraagt een groot vertrouwen in de
strijd (werken) en geeft een grote rust in de overgave (ontspanning).
Begin met het saneren van je dagelijks leven. Maak het
open en heb niks nodig. Zorg voor materiële en immateriële opschoning.
Materiële opschoning zorgt voor mentale opschoning – en omgekeerd:
teveel karmische signalen zorgen voor onrust en fragmentatie (vb.
foto’s in je omgeving zorgen steeds opnieuw voor een mentaal
betekenisgevingsmoment).
Hoe minder processen er lopen, hoe meer je kunt toekomen
aan hóe je iets doet!
Een beoefenaar heeft zichzélf als attribuut, werkend aan
de omkering van het kleine ‘ik’ naar het ware Zelf, en niet van een
slecht functionerend klein ‘ik’ naar een beter functionerend klein
‘ik’.
• Ik ervaar de sterke kracht van condities.
De twee kanten komen steeds
pregnanter in beeld: condities en potentieel (innerlijkheid). Die twee
polen gaan steeds meer wringen.
Wil je jezelf zijn dan zul je innerlijkheid tot leven
moeten wekken. Daarvoor is het gevoel essentieel dat dát je totaal kan
vervullen. Dan kun je anders leren omgaan met condities. Je gaat een
vrije houding vinden (de vrije ruimte innemen) die nergens door
veroorzaakt wordt.
Dit is een hele nabije houding die de essentie voelbaar levend
maakt.

2008-08-03 Huiskameroverleg
Verslag van huiskameroverleg 3 augustus 2008 (verslag: Lieke van Dun)

Ad: Leven vanuit de Dharma betekent leven van binnen
uit, vanuit een innerlijke kracht.
Vraag: Ik merk dat ik het moeilijk vind om vrij te
functioneren in de wereld.
Ad: Dat probleem treedt op zolang innerlijkheid niet
stevig gevestigd is. Je probeert bij het vastlopen buiten weer contact
te maken met binnen, terwijl je vanuit je constante verticale verbinding
(waarin de wereld geen rol speelt) de wereld tegemoet zou moeten
treden. Eigenlijk zouden we meer moeten zijn als een kind. Kinderen
leven vanuit innerlijkheid, al is het onbewust: zij verwelkomen alles
zonder voorbehoud en leven in het hier en nu. Als volwassenen zijn we
getekend (we zoeken ‘betekenis’) en hebben we allerlei voorbehoud en
conditioneringen ontwikkeld, waarvan we ons via bewustwording weer
bevrijden.
Ad: Schrijven jullie wel eens wat op tijdens het
oefenen thuis of reciteren jullie wel eens teksten? En als je dat
uitspreekt of neerschrijft, méén je dat dan ook – d.w.z. geloof je ook
echt dat het waar is, dus dat het werkelijkheid betreft? Als je iets
zegt of doet is het essentieel na te voelen wat kloppend voelt voor jou,
en of jij daadwerkelijk staat voor wat jij gelooft. Wat voel jij
eigenlijk bij begrippen als waarheidsliefde, Christus, Boeddha, eenheid
etc.?
Vraag: Als ik je dit hoor zeggen, kan ik niet volmondig
‘ja, dit of dat voel ik’ zeggen.
Ad: We moeten onszelf toestaan om soeverein en
definitief te kunnen bepalen wat klopt en wat niet klopt. Dat hangt
alléén maar van jou af - met jouw bewuste visie staat of valt de hele
wereld! Kijk naar alle leraren: zij hebben niet zomaar braaf wat
regeltjes gevolgd, maar juist heel resoluut bepaald voor zichzelf: wat
voelt wáár voor mij en wat niet? En daarna volgden zij consequent wat
zij waar achtten en hebben zij alles gesaneerd wat níet waar was. ‘Waar’
of ‘niet waar’ wordt hier niet in morele zin bedoeld, maar waarheid
vanuit het hart, als een innerlijke kwaliteitsbeleving, als betrouwbare
werkelijkheid. Dan kun je ook zonder voorbehoud staan voor waar jij in
gelooft, met onvoorwaardelijkheid – alle gezag gevend aan innerlijkheid -
als diepste drijfveer en toetssteen.
Vraag: Ik heb moeite met soeverein zijn naar mijn
omgeving toe, dus waarschijnlijk speelt ‘de ander’ toch nog wel een rol.
Ad: Als je het verlangen om gehoor te geven aan
innerlijkheid urgent genoeg voelt, zul je ook zonder voorbehoud recht
doen aan waarheid en dan zal ‘de ander’ niet meer die rol spelen.
Met dezelfde sanerende resoluutheid kunnen we ook
onderzoeken wat gelukkig zijn betekent en in hoeverre er vervulling
heerst in ons dagelijks leven.
Vraag: Ik vraag me wel eens af wat het doel van mijn
leven is, en wat jij nou zegt is dat het niet zozeer een nastreven van
een levensdoel is, als wel een voelen van wat ‘waar’ is of vervullend?
Ad: Inderdaad, dit oefenproces gaat om leren voelen van
vervulling. Je bent al een heel eind als je bij het ervaren van een
gebrek aan vervulling je heil niet voorwaarts gaat zoeken richting
wereld (wereldse doelen verwezenlijken etc.), maar als je je
achterwaarts oriënteert naar de bron van je eigen bezieling, m.a.w. als
je je naar binnen keert en je heil zoekt in bewustwording. We zijn allen
hier beland met een bepaalde reden, je loopt hier niet zomaar wat te
vegeteren en te consumeren. Ieder die geboren wordt maakt deel uit van
de grote eenheid en vervult elk ogenblik zijn functie in dit levend
geheel. Zoek daarom het doel van je leven niet in de toekomst, maar
begrijp dat het doel van je leven simpelweg is gelegen in bewustwording.
In wezen gaat het om iets uiterst eenvoudigs, maar voor de complexe,
karmisch uitgewaaierde wezens die wij van onszelf maken blijkt het een
moeilijke klus.
Dat is precies waarom we oefenen: om te ontdekken dat wat aanvankelijk
zo moeilijk lijkt uiteindelijk het meest natuurlijke is dat er bestaat –
je raakt vertrouwd met de tijdloze, onvoorwaardelijke, ware aard van
mens-zijn. Zo bezien is Zen beoefenen of zelfverwerkelijking niets
anders dan recht doen aan jezelf.







