Verlang verlangen
Fragment uit de (prachtig vertaalde) Preken van Meister Eckhart.
Veel mensen zeggen dat ze dit [innerlijke volheid, goddelijke genade] niet kennen.
Dan zeg ik: "Dat doet me verdriet. maar verlang je ernaar?"
"Nee!"
"Dat doet me nog meer verdriet."
Als je het niet kent, zou je er toch naar moeten verlangen.
Kun je dat verlangen niet hebben, verlang dan tenminste naar een verlangen.
Meister Eckhart: Over God wil ik zwijgen II; de preken.
Groningen 2001, p. 26
Vergelijk onderstaand fragment uit het Tibetaanse boek van leven en sterven (p. 91):
De wens [om verlichting te bereiken] wordt in het Sanskriet Bodhicitta genoemd.
Bodhi is onze verlichte essentie, en Citta betekent hart.
We kunnen Bodhicitta dus vertalen met "het hart van onze verlichte geest".
Bodhicitta is de bron, de oorsprong en de wortel van het spirituele proces
Sogyal Rinpoche: Het Tibetaanse boek van leven en sterven.
Cothen 1994

Over Afgescheidenheid
Kernachtig onderricht van meister Eckhardt.

Ik prijs afgescheidenheid* boven alle liefde.
Want het voornaamste van de liefde is dat zij mij dwingt God lief te hebben, terwijl daarentegen afgescheidenheid God dwingt om mij lief te hebben.
Nu is het veel heerlijker om God naar mij toe te dwingen dan mij naar God toe.
En dat komt omdat God zich voegzamer in mij kan voegen en zich beter met mij verenigen dan ik me zou kunnen verenigen met God.
Dat afgescheidenheid voor niets anders ontvankelijk is dan voor God bewijs ik met het volgende: wat ontvangen moet worden, moet ergens in ontvangen worden.
Nu komt afgescheidenheid het niets zo nabij, dat geen ding zo teer gebouwd is dat het daarin zou kunnen passen, behalve God.
Dit moet je weten: leeg en ontdaan zijn van al het geschapene is vol zijn van God, en vol zijn van al het geschapene is afwezigheid van God.
* Met afgescheidenheid wordt hier niet bedoeld scheiding, maar los
staan, vrij zijn van condities. Zen noemt dit vormloosheid, leegte,
onvoorwaardelijkheid.
Meister Eckhart: Over God wil ik zwijgen;
de traktaten. Groningen 1999, p. 133 e.v.

Zalig mens
Fragment uit de (prachtig vertaalde) Tractaten van Meister Eckhart.

Voor de geoefende mens is de uiterlijke vormgeving niet iets uiterlijks, omdat voor de innerlijk levende mens alles een innerlijk goddelijke bestaansvom heeft.
Want waarlijk, wanneer de mens zalig wordt en zalig is, in de wortel en oergrond van zaligheid, dan heeft hij van zichzelf noch van enig ander ding nog besef, doch kent hij God alleen.
Meister Eckhart: Over God wil ik zwijgen;
De
traktaten. Groningen 1999, p. 49 & 129






