Daoxin (Tao-hsin)

04-07-2011

Mooie tekst waaruit de diepgang en transcendentie van Zen blijkt, en het absolute karakter van beoefening ervan.

thirty-first.gifOnderricht van de vierde Zen patriarch Daoxin


De geestesgesteldheid waarin je voortdurend op Boeddha mediteert noemt men "denken aan geen-object" (wu-suo-nien). Buiten bewustzijn bestaat er helemaal geen Boeddha. En buiten Boeddha bestaat er helemaal geen bewustzijn. Denken aan Boeddha staat gelijk aan de geesteswerking van het denken zélf. Bewustwording betekent de Boeddha worden.

Waarom is dit zo?
Bewustzijn is vormloos. De Boeddha heeft [in werkelijkheid] geen uiterlijke kenmerken. Als je de waarheid hiervan begrijpt, dan staat dit gelijk aan "het tot rust brengen van de geest" (an-hsin). Als je voortdurend aan Boeddha denkt, dan verschijnt er geen hechten [aan uiterlijkheden] meer, en alles lost op en heeft geen vorm, en het denken is neutraal, zonder bedrieglijk onderscheid. Neem deze staat in, en de geest die aan Boeddha denkt verdwijnt en het is zelfs niet eens meer nodig er je bewust van te zijn [dat de geest Boeddha is]. Zodra je dit ziet, is je hart-geest niets minder dan werkelijkheidssubstantie (waarheidslichaam), de ware aard van de Tathagata.

Dit wordt ook de Ware Dharma genoemd; het wordt Boeddhanatuur genoemd; het wordt de Oorspronkelijke natuur of Fundamentele realiteit van alle verschijnselen genoemd; het wordt Zuiver land genoemd; het wordt verlichting genoemd, de Diamant-samadhi en definitief ontwaken; het wordt het domein van nirvana en wijsheid (prajna) genoemd. Al zijn er ontelbare namen voor, ze zijn allemaal dezelfde Ene essentie, zonder connectie met een subject dat contempleert of een object waarover gecontempleerd wordt.

 

> DOWNLOAD volledig artkel (pdf, 14 mb)

 

David Chappell: The teachings of the fourth Ch'an patriarch Tao-Hsin (580-651); in: Whalen Lai and Lewis Lancaster (ed.): Early Ch'an in China and Tibet. Berkeley 1983, p. 108.
Vertaling: Ad van Dun


afsluiting

 

gerelateerde trefwoorden