God van Augustinus

14-12-2011

Augustinus' lofzang op God's wonderlijkheid.

StAugustine.jpg


Gij verandert uw werken,
maar Gij verandert niet uw raadsbesluit;
Gij neemt op wat Gij vindt
en Gij hebt nooit iets verloren;
nooit lijdt Gij gebrek
en Gij zijt blij met winst;
nooit zijt Gij hebzuchtig
en Gij eist rente met woeker;
meer dan het verschuldigde wordt U betaald,
zodat Gij schuldenaar wordt,
en wie bezit iets dat niet van U is?
Gij betaalt schuld,
zonder iemand iets schuldig te zijn;
schuld scheld Gij kwijt,
en Gij verliest er niets mee.
Wat hebben we met dit alles gezegd,
mijn God, mijn leven, mijn heilig hartsverlangen?
Of wat zegt iemand wanneer hij spreekt over U?
Toch wee degenen, die zwijgen over U,
want rijk aan woorden zijn zij stom.


L. Janssen: Augustinus-brevier. Leuven, z.j., p. 44
Illustratie: Hulton archive, Getty

 

> MEER van Augustinus

 

afsluiting

 

gerelateerde trefwoorden

Augustinus brevier

22-08-2011

Preek uit het Augustinus-brevier - voorgelezen tijdens het overleg van 19 augustus 2011.

augustinus-van-hippo.jpg

Augustinus, in vol ornaat, als bisschop van Hippo. "Tolle, lege" betekent "Neem en lees" (Augustinus ervoer een doorbraak nadat hij na een lange geestelijke worsteling een kinderstem hoorde zingen “Neem en lees, neem en lees”.)


Ondervraagt uzelf zorgvuldig,
onderzoekt uw binnenste goed.
Ziet toe en let eens op
wat gij aan liefde in u hebt;
en wat gij er aantreft
doet dat toenemen.
Let goed op die schat,
om innerlijk rijke mensen te worden.
Wilt gij de liefde bezitten
dan moet gij uzelf zoeken
en dan moet gij uzelf vinden.
Wat schrikt gij toch terug
om u te geven,
uit vrees uzelf kwijt te raken?
Ja, als gij u niet geeft,
verliest gij uzelf.
Het is de liefde die u toespreekt
bij monde van de Wijsheid,
en zij heeft u iets te zeggen.
Gij moet dus niet terugschrikken
voor dat gezegde:
"Geef uzelf".
Luister wat de liefde u zegt
bij monde van de Wijsheid:
"Schenk Mij uw hart, mijn zoon".
"Schenk Mij", zegt zij.
Wàt geven?
"Schenk Mij, mijn zoon, uw hart".
Het was er slecht aan toe,
toen het van uzelf was,
toen het voor uzelf was.
Gij werdt immers door minderwaardigheden
en door bedenkelijke en verderfelijke liefde
meegetrokken.
Haal uw hart daar vandaan!
Waar brengt gij het naar toe?
Waar geeft gij het een plaats?
"Schenk Mij", zegt de Wijsheid, "uw hart".
Laat het Mij toebehoren,
en het gaat niet verloren voor u.
Zie eens of Hij iets in u
heeft willen achterlaten,
waardoor gij van uzelf kunt houden,
Hij, die gezegd heeft:
"Gij zult de Heer uw God beminnen
met geheel uw hart, geheel uw ziel
en geheel uw verstand".
Wat blijft er over van uw hart
om uzelf te beminnen?
Wat van uw ziel?
Wat van uw geest?
"Met geheel uw hart", zegt de Heer.
Alles eist Hij van u,
die u gemaakt heeft.
Wees daarom niet bedroefd,
alsof er niets overblijft in u
voor eigen vreugde.
Gij zult opmerken en zeggen:
"Als God mij geen ruimte laat
om mijzelf te beminnen:
als mij wordt opgedragen
met het gehele hart,
met de gehele ziel,
en het gehele verstand
Hém te beminnen die mij gemaakt heeft:
hoe wordt mij dan in het tweede gebod opgedragen,
de naaste te beminnen als mijzelf?"
God dus beminnen uit geheel mijzelf,
en mijn naaste als mijzelf.
Hoe moet ik mijzelf beminnen?
Hoe moet ik U, God, beminnen?
Wilt gij horen hoe gij uzelf moet beminnen?
Juist doordat gij God bemint
met geheel uw wezen,
bemint gij uzelf.
Als gij God liefhebt,
gaat gij erop vooruit;
dan zult gij dáár zijn,
waar gij niet ophoudt te zijn.
Gij werpt natuurlijk op en zult zeggen:
"Wanneer heb ik mijzelf dan niet bemind"?
Ja, gij beminde uzelf niet,
toen gij God niet beminde
die u gemaakt heeft.
Toen gij dan uzelf haatte,
dacht gij dat gij uzelf liefhadt.
Toch is het zo:
"Wie de ongerechtigheid bemint,
haat zijn eigen ziel".


L. Janssen: Augustinus-brevier.
Leuven, z.j., p. 449

 

> MEER van Augustinus

 

afsluiting

 

gerelateerde trefwoorden

Augustinus en de duivel

08-04-2011

De strijd om waarheid.

augustinus-duivel.jpg

Michael Pacher: Augustinus en de duivel, 1483 (Alte Pinakothek, München).


Niet alleen in de Christelijke traditie (Jezus zelf werd grondig beproefd) maar in álle spirituele en religieuze tradities speelt de strijd tussen goed en kwaad een centrale rol.

Zo heeft ook Boeddha - net als Augustinus, Franciscus, Juan de la Cruz en vele anderen - moeten afrekenen met de verleidende en bedreigende krachten van Mara, de personificatie van de dood en het kwaad (d.w.z. blind zijn voor de waarde van innerlijke werkelijkheid).

Boeddha tegen Mara: "Waar ik ben, kun jij niet zien; waar ik heen ga, kun jij me niet volgen; wat ik onderricht, kun jij niet bevatten, onverlaat."

Sherab Chödzin Kohn: De Boeddha; het verhaal van zijn leven. Cothen, 1993. p.80


Illustratie: T. van Bavel (red.): Sint-Augustinus.
Heverlee 2007, p. 180

 

> MEER van Augustinus

 

afsluiting

 

gerelateerde trefwoorden

Augustinus

15-03-2011

Citaten van een pionier in de christelijke traditie.

augustinus.jpg

Augustinus schrijft zijn Belijdenissen, belaagd door duivels, gered door een engel (houtgravure, 16de eeuw)


Straks zeggen ze nog dat wij om het eeuwig leven God en om het huidige de duivel moeten dienen.

Deze toestand van zorgeloosheid [onbewustheid] is als de levensgevaarlijke slaapziekte van een oude man die voortdurend zegt: laat me toch slapen! terwijl de dokter zegt: hij mág niet slapen. En verwijt me nu niet: u maakt ons overstuur. Kan ik u geruststellen wanneer God dreigt? Ik ben toch maar de beheerder, niet de vader des huizes? Ge zegt: ik zal het later doen, morgen; wat verschrikt ge ons? Is ons dan geen vergiffenis beloofd? - Ja, vergiffenis is u beloofd, maar de dag van morgen is u niet beloofd.

God wil niet onze wil leren kennen - Hij kent hem al - maar ons inzicht oefenen en aldus onsverlangen zuiveren, opdat wij al overdenkende en in gebed formulerende beter weten wat Hij ons bereidt. Dat is zó groot, en wij zijn zó eng!

Profane en zelfs slechte gedachten komen bij voorkeur op onder het bidden, terwijl ge knielt. En toch, hoe kunt ge dat toelaten! Zou ik, die uw gelijke ben, niet gekwetst zijn als ge u midden onder een gesprek met mij plotseling zoudt opzijwenden naar een slaaf met een order, en mij laten staan? En zó doet ge dagelijks met God!

F. van der Meer: Augustinus de zielzorger.
Utrecht 1947 (p. 60, 138, 151 & 154)
Illustratie: Ed Schilders

 

> MEER van Augustinus

 

afsluiting

 

gerelateerde trefwoorden