Overzicht van beoefening

Een van de schaarse teksten van Bodhidharma, grondlegger van Zen in China.

Vele wegen leiden naar het Pad, maar in wezen zijn er slechts twee: wijsheid en oefening.

Het pad te betreden via wijsheid betekent door aanwijzingen de essentie te verwezenlijken en te geloven dat alle levende wezens dezelfde ware aard bezitten, wat niet zo vanzelfsprekend is omdat dit verhuld wordt door heftige gevoelens en verwarring.
Zij die zich afwenden van verwarring, terug naar de werkelijkheid, die gezeten tegenover een muur mediteren over de afwezigheid van een zelf en een ander, over de eenheid van de sterveling en de wijze, en die zich niet laten verstoren zelfs niet door de geschriften - zij zijn in een volmaakte en stilzwijgende overeenstemming met wijsheid. Zonder te bewegen, zonder inspanning betreden zij zogezegd het Pad via wijsheid.

Het betreden van het pad via oefening verwijst naar de vier allesomvattende oefeningen (variaties op de 4 edele waarheden van Boeddha:

  1. onrecht verdragen
  2. zich aanpassen aan omstandigheden
  3. niets zoeken
  4. de Dharma beoefenen

Ten eerste: onrecht verdragen

Wanneer degenen die het Pad bewandelen weerstand ontmoeten, denken zij bij zichzelf: "Gedurende de ontelbare eeuwen die voorbij gingen heb ik het wezenlijke ingeruild voor het onbeduidende, en dwaalde ik - vaak nodeloos kwaad en schuldig aan talrijke overtredingen - door alle vormen van bestaan. Nu ondervind ik, hoewel ik niets verkeerds doe, de gevolgen hiervan. Noch de goden, noch de mensen weten wanneer een slechte daad zijn wrange vruchten zal afwerpen. Ik aanvaard het met een open hart, zonder mij over het onrecht te beklagen." In de soetra's staat: "Wanneer je tegenstand ontmoet, maak je je niet druk. Waarom? Omdat je weet waar het vandaan komt." Door dit inzicht ben je in harmonie met wijsheid, en door onrecht te ondergaan betreed je het Pad.

Ten tweede: zich aanpassen aan omstandigheden

Als stervelingen worden we geregeerd door omstandigheden, niet door onszelf. Al het lijden en alle vreugde die we ervaren hangen af van omstandigheden. Wanneer ons een enorme beloning ten deel valt, zoals beroemdheid of rijkdom, is dat de vrucht van een zaadje dat in het verleden door ons is geplant. Als de omstandigheden veranderen is het afgelopen. Waarom verheug je je dan in het bestaan ervan? Maar terwijl succes en mislukking afhankelijk zijn van karmische omstandigheden, neemt de geest niet toe of af. Zij die niet bewogen worden door de wind van vreugde, volgen stilzwijgend het Pad.

Ten derde: niets zoeken

De mensen van deze wereld zijn in verwarring. Zij verlangen altijd ergens naar - zijn altijd op zoek. Maar de wijzen ontwaken. Zij verkiezen inzicht boven gewoonte. Zij richten hun geest op het hoogste en laten hun lichaam veranderen met de seizoenen. Alle verschijnselen zijn leeg. Zij bevatten niets dat de moeite waard is om te begeren. Rampen worden altijd afgewisseld door welvaart. Het wonen in de drie gebieden is als het wonen in een brandend huis. Een lichaam bezitten betekent lijden. Kent iemand die een lichaam bezit vrede? Degenen die dit begrijpen onthechten zich van alles dat bestaat en stoppen ermee om zich iets voor te stellen of iets te zoeken. In de soetra's staat: "Zoeken is lijden. Niets zoeken is gelukzaligheid." Als je niets zoekt ben je op het Pad.

Ten vierde: de Dharma beoefenen

De Dharma is de waarheid dat alle wezenlijke aard zuiver is. Door deze waarheid zijn alle verschijnselen leeg. Bezoedelingen en gehechtheid, subject en object, bestaan niet. In de soetra's staat: "De Dharma heeft geen bestaansvormen omdat het vrij is van de onzuiverheden van bestaansvormen. De Dharma heeft geen zelf, omdat het vrij is van de onzuiverheden van een zelf." Zij die wijs genoeg zijn om deze waarheid te geloven en te begrijpen, zullen vanzelf de Dharma beoefenen. Het Dharma-lichaam kent geen enkel gemis, daarom geven zij uit vrijgevigheid hun lichaam, hun leven en hun bezittingen, zonder spijt, zonder de ijdelheid van gever, gift of begunstigde, en zonder vooroordeel of gehechtheid. Zij zijn in harmonie met de levensstroom, zonder gehecht te raken aan de vorm. Dit is hun eigen glorieuze Weg van Verlichting; dat komt anderen altijd ten goede. En net als vrijgevigheid beoefenen zij ook de andere deugdzame vervolmakingen (de zes paramita's) om alle verwarring op te lossen. De vervolmakingen op deze manier beoefenen, is wezenlijk niets erop nahouden om te beoefenen. Zo beoefen je de Dharma.

 

Bron:
Bodhidharma (Red Pine, ed.): De oorsprong van Zen. Amsterdam 1993
Cleary, J.C.: Zen dawn; early Zen texts from Tun Huang. Boston 1986
Ferguson, A.: Zen's Chinese heritage; the masters and their teachings. Boston 2000

 

afsluiting