In eenheid zijn

Onderricht (fragment) van Huangbo (gest. 850), leraar van Linji [Rinzai].

DOWNLOAD [volledige tekst - pdf, 385 kb]


§ 1

Alle Boeddha's en alle levende wezens zijn slechts de Ene Geest; er bestaat niets anders. Deze Geest, die geen begin heeft, is ongeboren en onvergankelijk. Hij is niet groen of geel en heeft geen vorm of uiterlijk. Hij behoort niet tot de categorieën van dingen die bestaan of niet bestaan, en termen als oud of nieuw zijn er niet op van toepassing. Hij is niet kort of lang, groot of klein, want hij overstijgt elke grens, maatstaf, naam, eigenschap en vergelijking. Hij is datgene wat je voor je ziet - begin erover te oordelen, en je zit meteen al verkeerd. Hij is als de onbegrensde ruimte die men niet kan peilen of bevatten. Enkel dit Ene Bewustzijn is de Boeddha, en er is geen onderscheid tussen de Boeddha en levensvormen, behalve het gegeven dat levende wezens zich binden aan uiterlijke verschijningsvormen en daarom Boeddhaschap zoeken buiten zichzelf. Juist door dit zoeken gaat het verloren, want dat is als het zoeken van de Boeddha via de Boeddha en het vatten van de geest via de geest. Al doen ze eeuwig hun uiterste best, zij zullen niet in staat zijn dat te bereiken. Zij beseffen niet dat als zij stoppen met rationele overwegingen en zich niet langer druk maken, de Boeddha voor hun ogen zal verschijnen, want de geest is de Boeddha en de Boeddha is elk levend wezen.

§ 2

Wat betreft het beoefenen van de zes paramita's en ontelbare soortgelijke oefenvormen, of het vergaren van eindeloze aantallen verdiensten: jij bent in elk opzicht wezenlijk volmaakt, dus hoef je niet te proberen die volmaaktheid aan te vullen met zo'n zinloze oefeningen. Wanneer zich de gelegenheid aandient ze uit te voeren, doe dat dan; is die gelegenheid voorbij, bewaar dan je gemak. Als je er niet absoluut van overtuigd bent dat de Geest de Boeddha is en wanneer jij je bindt aan vormen, oefeningen en verdienstelijke handelingen, dan houd je er een verkeerde denkwijze op na die op geen enkele manier te verenigen is met de Weg. De Geest ís de Boeddha, en er zijn geen andere Boeddha's of andere bewustzijnsvormen. Hij is helder en vlekkeloos als de ruimte, en heeft geen enkele vorm of uiterlijk. Je bewustzijn gebruiken om begrippen te scheppen, is buiten het wezenlijke treden en je hechten aan vormen. De Eeuwig Levende Boeddha is geen Boeddha van vorm of gebondenheid. Het beoefenen van de zes paramita's en de duizenden andere technieken om een Boeddha te worden, is vooruitgang in stadia, maar de Eeuwig Levende Boeddha kent geen stadia. Ontwaak alleen maar in de Ene Geest, dan valt er helemaal niets meer te bereiken. Dit is de echte Boeddha. De Boeddha en alle levende wezens zijn Een Bewustzijn, en verder niets.

§ 3

Bewustzijn is als de ruimte, waarin geen plaats is voor verwarring of negativiteit; de zon beweegt er doorheen en schijnt in elke richting. Als de zon opkomt en de hele aarde verlicht, wint de ruimte niet aan helderheid; en als de zon ondergaat, verduistert dat de ruimte niet. De verschijnselen van licht en donker wisselen elkaar af, maar de aard der ruimte blijft ongewijzigd. Zo is het ook met de Geest van de Boeddha en van levende wezens. Wanneer je denkt dat de Boeddha een pure, heldere of Verlichte verschijningsvorm vertegenwoordigt of dat levende wezens een aangetaste, duistere of vergankelijke verschijningsvorm vertegenwoordigen, dan zullen deze ideeën die voortkomen uit gebondenheid aan vorm jou afhouden van het hoogste inzicht - en zo zullen er evenveel eeuwen verstrijken als er zandkorrels zijn langs de Ganges. Er is slechts Eén Bewustzijn, en verder is er niet het geringste waar je vat op kunt krijgen; dit Bewustzijn is de Boeddha. Als jullie, leerlingen van de Weg, geen oog krijgen voor het wezen van jullie Geest, zul je de Geest inkapselen met verstandelijk denken; dan zul je de Boeddha buiten jezelf zoeken en gebonden blijven aan vormen, devote praktijken, enzovoort, en dat is alleen maar nadelig en niet bepaald de weg naar het hoogste inzicht.

§ 4

Respekt betuigen aan alle Boeddha's van het universum is niet hetzelfde als respekt betuigen aan een volgeling van de Weg die het verstandelijk denken heeft opgelost. Waarom? Omdat zo iemand op geen enkele wijze meer oordelen vormt. Het wezen van het Absolute is innerlijk als hout of steen: onbeweeglijk; en uiterlijk als de ruimte: zonder grenzen of obstakels. Het is subjectief noch objectief, heeft geen bepaalde plaats, is vormloos, en kan niet verdwijnen. Degenen die zich erheen haasten, durven het niet te betreden, uit angst naar beneden te storten in de lege ruimte zonder enige steun of mogelijkheid om hun val te breken. Dus deinzen ze terug als ze de rand zien. Dit geldt voor al diegenen die door middel van verstandelijk bewustzijn dat doel nastreven. Daarom zijn degenen die het doel nastreven via verstandelijk bewustzijn als de vacht (velen), terwijl degenen die een intuïtief bewustzijn van de Weg verwerven als de hoorns (weinigen) zijn.

§ 5

Bodhisattva Manjushri vertegenwoordigt de universele wet, en Samantabhadra staat voor aktiviteit. De eerste verwijst naar de wet van de ware onbegrensde leegte, en de laatste naar de onuitputtelijke scheppingsaktiviteiten die niet in vorm te vangen zijn. Bodhisattva Avalokiteshvara vertegenwoordigt grenzeloos mededogen, Mahasthama grote wijsheid, en Vimalakirti vlekkeloze benaming; vlekkeloos verwijst naar de ware aard der dingen terwijl benaming verwijst naar de vorm, maar vorm is in feite hetzelfde als ware aard, vandaar de samengestelde term vlekkeloze benaming. Al de kwaliteiten die deze grote Bodhisattva's karakteriseren liggen in de mens verankerd en kunnen niet losgekoppeld worden van de Ene Geest. Word je ervan bewust, en ze zijn er. Jullie, leerlingen van de Weg, laten dit inzicht niet toe en binden je aan verschijningsvormen of zoeken naar iets objectiefs buiten je eigen geest; jullie staan allemaal ruggelings naar de Weg. Denk aan het zand van de Ganges! De Boeddha zei over dit zand: "Wanneer alle Boeddha's en Bodhisattva's met Indra en alle andere goden het zand betreden, verheugt het zich niet; en wanneer ossen, schapen, slangen en insekten erover lopen, ergert het zand zich niet. Het hunkert niet naar juwelen en parfum, en het walgt niet van smerige mest en stinkende pis."

§ 6

De Geest is niet de geest van het verstandelijk denken en heeft in geen enkel opzicht iets met vorm te maken. Boeddha's en levende wezens verschillen dus helemaal niet van elkaar. Je hoeft je alleen maar los te maken van oordeelsvorming, dan heb je alles verwezenlijkt. Maar als jullie, leerlingen van de Weg, je niet in een oogwenk vrijmaken van het verstandeljk denken, dan zul je het nooit bereiken, al blijf je eeuw na eeuw ernaar streven. Verstrikt in allerlei deugdzaamheidsoefeningen van de Drie Voertuigen zul je niet in staat zijn Verlichting te verwerven. Het verwerkelijken van de Ene Geest kan zich voordoen na lange of korte tijd. Er zijn er die zich meteen bij het horen van dit onderricht ontdoen van oordeelsvorming. Anderen doen dit na het doorlopen van de Tien Geloofsartikelen, de Tien Stadia, de Tien Handelingen en de Tien Geschenken van Verdienste. Weer anderen bevrijden zich na de Tien Stadia van Bodhisattva-ontwikkeling te hebben meegemaakt . Maar of ze nu het verstandelijk denken overschrijden via een langere of kortere weg, het resultaat is een staat van zijn; er ís geen devoot oefenen en geen proces van verwezenlijking. Dat er niets bereikt kan worden is niet zo maar een loze kreet; het is de waarheid. En bovendien: of je nu je streven vervult in een enkele gedachteflits of na eerst door de Tien Stadia van Bodhisattva-ontwikkeling te zijn gegaan, de verwerkelijking zal hetzelfde zijn; want deze staat van Zijn verdraagt geen gradaties. De laatste methode heeft dus alleen maar langdurig lijden en zwoegen tot gevolg.

§ 7

Het aanleren van goed en kwaad brengt gehechtheid aan vorm met zich mee. Zij die dan in hun gehechtheid aan vorm kwaad doen, moeten nodeloos verschillende wedergeboortes ondergaan; terwijl degenen die in hun gehechtheid aan vorm goed doen, zich even doelloos onderwerpen aan geploeter en ontbering. In beide gevallen kun je beter rechtstreeks jezelf verwerkelijken en de fundamentele Dharma [Werkelijkheid] vatten. Deze Dharma is de Geest; zonder deze Geest is er geen Dharma. En deze Geest is de Dharma; zonder deze Dharma is er geen Geest. Bewustzijn als zodanig is niet het denken, maar het is ook niet gedachtenloos. Als je zegt dat Bewustzijn gedachtenloos is, dan houdt dat een bestaansvorm in. Laat een stilzwijgend inzicht heersen, meer niet. Weg met alle denken en verklaren. Dan zou je kunnen zeggen dat de Woorden-Weg is beëindigd en bewegingen van de geest zijn opgeheven. Dit Bewustzijn is de zuivere Boeddha-Bron die alle mensen eigen is. Elk kronkelend wezentje met gevoel in zijn lijf en elke Boeddha en Bodhisattva bestaat uit dit ene wezen, en ze verschillen niet van elkaar. Verschillen komen enkel voort uit een verkeerde manier van denken en zij brengen uiteenlopende vormen van karma teweeg.

§ 8

Onze oorspronkelijke Boeddha-Natuur bezit in diepste zin nog geen atoompje objectiviteit. Hij is leeg, alomvattend, stil, zuiver; het is een schitterende en geheimzinnige innerlijke vreugde - dat is alles. Maak het je grondig eigen door er zelf in te ontwaken. Wat zich hier voor jou bevindt, in al zijn echtheid, vertoont geen enkel tekort. Er bestaat niets anders. Zelfs al ga je stap voor stap door alle stadia van Bodhisattva-ontwikkeling richting Boeddhaschap, wanneer je uiteindelijk in een flits volledige verwerkelijking bereikt, zul je slechts de Boeddha-Natuur hebben verwerkelijkt die jou gedurende al die tijd al eigen was; en met al die voorgaande stadia zul je er helemaal niets aan hebben toegevoegd. Je zult dan terugkijken op al dat werk en al die inspanningen, en weten dat ze niet verschillen van de onwerkelijke handelingen die je in een droom verricht. Daarom zei de Tathagata [de Boeddha]: "Waarlijk, ik heb niets verworven met Weergaloos-Volmaakte-Verlichting. Zou ik ook maar iets hebben verworven, dan had Dipamkara Boeddha zijn voorspelling over mij niet gedaan." Hij zei ook: "Deze Dharma kent absoluut geen onderscheid, geen hoog of laag, en zijn naam is Bodhi [Verlichting]." Het is puur Bewustzijn, de bron van alles, en omdat het immers niet zoiets als `zelf' of `ander' kent, kent het ook geen onderscheid, of het nu verschijnt als levende wezens of als Boeddha's, als rivieren en bergen van de wereld die vormen kent, of als iets vormloos, of als iets dat het hele universum doordringt.

§ 9

Deze pure Geest, de bron van alles, straalt voor eeuwig en in iedereen met de gloed van zijn eigen volmaaktheid. Maar de mensen in de wereld merken het niet op, omdat zij slechts iets als bewustzijn aanmerken dat ziet, hoort, voelt en kent. Verblind door hun eigen zien, horen, voelen en kennen, zijn zij zich niet bewust van de spirituele gloed van deze bronsubstantie. Als zij slechts alle oordeelsvorming in één keer zouden loslaten, dan zou de bronsubstantie zich manifesteren als de zon die opkomt in de ruimte en het hele universum verlicht, zonder belemmering of grenzen. Als jullie, leerlingen van de Weg, dus proberen te groeien door middel van zien, horen, voelen en kennen, dan zal op het moment dat zintuiglijke waarneming wordt verbroken ook de verbondenheid met de Geest wegvallen en dan zullen jullie nergens een ingang vinden. Wees je er slechts van bewust dat die zintuiglijke waarnemingsvormen weliswaar een uiting zijn van de ware Geest, maar dat deze er geen deel van uitmaakt en tegelijkertijd ook geen afzonderlijk bestaan leidt. Je zou niet moeten beginnen te oordelen over deze waarnemingen, en je zou je door hen niet moeten laten verleiden tot begripsvorming; maar je moet de Ene Geest ook niet buiten hen zoeken of hen ontkennen in je beoefening van de Dharma. Zoek ze niet en wijs ze niet af, hang er niet aan en zoek geen verbinding ermee. Boven je, beneden je en rondom je vindt spontane schepping plaats, want er is niets te bekennen buiten de Boeddha-Geest.

 

Bron:
Huangpo: In Eenheid Zijn. Heemstede 1996

 

afsluiting