Het Dharma-pad
Uit de Dhammapada, prachtig eenvoudige en universele gezegden van Boeddha in verzen.
Wie overwint deze wereld,
en het dodenrijk,
met al zijn goden?
Wie zal bewandelen
het stralend pad
van de waarheid?
Jij alleen,
zoals iemand,
op zoek
naar bloemen,
de mooiste kiest,
de zeldzaamste.
We zijn wat we denken.
Ons hele bestaan is het product van gedachten.
Met onze gedachten scheppen we de wereld.
Wie vanuit een onzuivere geest spreekt of handelt,
roept onheil over zichzelf af.
Zoals het wiel
de os volgt die de kar trekt.
U bent uw eigen meester.
Wie anders zou uw meester kunnen zijn?
Door zich op één punt te richten
legt de meester zijn gedachten aan banden.
Hij maakt een einde aan hun gezwerm.
In het centrum van zijn hart
omarmt hij de vrijheid.
De ene weg leidt naar rijkdom en aanzien,
de andere naar het einde van de weg.
Hoe kan iemand die het einde van de weg heeft bereikt
de weg ooit nog kwijtraken?
Slechts weinigen steken de rivier over.
De meesten stranden al aan deze kant
en rennen dwaas langs de oever op en neer.
Alleen de wijze die de weg volgt
is in staat de rivier over te steken
en aan de greep van de dood te ontkomen.
Vrij van gehechtheid en begeerte
stelt de wijze zich open voor het onbegrensde licht.
Zijn vrijheid is zijn hoogste goed.
Hij is een licht voor zichzelf,
zuiver, stralend, vrij.
De wereld staat in brand!
En u staat te lachen?
U verkeert in diepe duisternis.
Zij die ontwaken,
verlaten hun huis.
Als zwanen stijgen zij op
en laten het meer achter zich.
De hemel neemt ze op.
Onzichtbaar is hun vlucht.
Overdag schijnt de zon,
de wapenrusting van de krijger blinkt.
's Nachts schijnt de maan,
de meester straalt in meditatie.
Ook al regent het goud,
uw honger wordt niet gestild.
Wáár hij ook woont,
in de stad of op het land,
in het dal of op de heuvel:
overal heerst grote vreugde.
Bron:
Byrom, T.: De Dhammapada; de woorden van Boeddha. Heemstede 1994
Kaviratna, H.: Dhammapada; wijsheid van de Boeddha. Den Haag 1985






