Bodhisattvaschap

Realisatie van onze ware, menselijke aard (dharma, potentieel) is de kern van Boeddha’s onderricht: onze geest beschikt over een tijdloos potentieel aan intuïtieve wijsheid; het is de basis van onze identiteit.
Onderzoek en ervaring maakt deze reële levenskwaliteit (bodhicitta) voelbaar. Voorzien van deze innerlijke kracht kun je je eigen en andermans lijden (karma, conditionering) definitief oplossen.

Als bodhisattva ga je de wereld begrijpen als een plek van bewustwording, een geestelijk werkterrein (buddhakshetra), dat je een ‘levensklooster’ zou kunnen noemen.
Hier kun je werken aan het ontwaken uit de illusie van een steriel ik-bestaan via het leren hanteren van wijsheid (shunyata) en liefde (upaya), de bevrijdende hartskwaliteiten van de bodhisattva.

Wijsheid is de oorsprong en bescherming van alle menselijke kwaliteiten.

(Prajnaparamita soetra)

Wat je verschijningsvorm betreft, doet je dagelijkse oefening je al vlug beseffen dat ons bestaan veel subtieler en completer werkt dan we in onze grove, wereldse blindheid ervaren.
Hartsbewustzijn is onze diepste krachtbron en onze meest wezenlijke identiteit; deze grondsubstantie vormt in feite een soort bedoelings- en belevingslichaam (dharmakaya), waar ons totale energetisch en fysiek systeem door gevoed wordt.

Om in alle omstandigheden bevrijdend werkzaam te zijn als zo’n positief, ondersteunend krachtveld, ontwikkelen we onze vermogens in de vorm van zes elementaire oefenkwaliteiten (paramita): vrijgevigheid, beheersing, geduld, inzet, meditatie en wijsheid.
Hierin zijn alle ingrediënten te vinden voor de concrete belichaming van je ware aard en voor een praktisch, vervuld funktioneren in de wereld.

 

bodhisattvatraining